Het vogelbroedseizoen is weer begonnen en dat betekent weer een drukke periode voor de dierenambulance. U hoeft ons echter niet voor elk jong vogeltje dat u vindt, te bellen. Bijna alle vogels die in onze tuinomgeving vliegen (zoals merels, spreeuwen, kauwen, eksters, Vlaamse gaaien enz.), zetten hun jongen op een bepaald moment uit het nest of de jongen verlaten zelfstandig het nest door honger. De jongen zitten dan al goed in de veren. Er is nauwelijks meer dons te zien. De dagen die daarop volgen, worden de jongen vanaf de grond gevoerd en ze krijgen vliegles. Mocht u dus een jonge vogel op de grond aantreffen, dan betekent dit niet meteen dat het jong verlaten is. De ouders zijn meestal nog in de buurt. Vaak kunt u ze horen roepen. De ouders houden hun jongen in de gaten en ze zullen hun jongen blijven voeren, totdat ze volwassen zijn.
Zet u de jonge vogel op een beschut plekje in een struik of een ander laag stukje groen. De ouders zullen hun jong makkelijk weer vinden. Binnen 2 tot 3 dagen zal het jong zelf kunnen vliegen. Mocht u katten hebben en ziet u de vogel steeds in uw tuin, houdt u dan uw katten een paar dagen binnen, zodat de vogels goed leren vliegen. Het zou jammer zijn, als we vele gezinnetjes uit elkaar zouden halen, alleen omdat het jong even op de grond terecht is gekomen vanwege zijn slechte vliegkunsten. Mocht er geen groen in de buurt zijn en u hoort ook de ouders niet roepen, dan kunt u de dierenambulance bellen. Ook als het om een piepklein jong vogeltje gaat zonder dons of nog helemaal in dons dat uit het nest gevallen is en u dat nest niet kunt vinden. De medewerkers van de dierenambulance zullen het jong dan naar de vogelopvang brengen. Voor de medewerkers is het wel prettig, als u de vogel al in een doosje of iets dergelijks hebt. Vindt u het eng om de vogel vast te pakken, zet er dan een emmer overheen.
Natuurlijk kunt u ook altijd naar de dierenambulance bellen voor advies, als u niet goed weet wat te doen. De medewerkers staan u graag te woord. Zo hopen we dit jaar minder gezinnen te hoeven verstoren en de jonge vogels zoveel mogelijk bij hun ouders te laten. Wij danken u hartelijk voor uw medewerking!
Foto's: André Beek en Steven van der Weijden


